ik ben hangende

ik ben hangende

als een hammock die haar kronkels aan elkaar knoopt
tussen twee ogen schommel ik rusteloos verder
om de amok in haar brein te bedaren

ik ben hangende

als een wolk die maar niet weg wil voor haar zon
zo’n dwarsligger op een koude dag
die zich niet zomaar laat wegblazen

ik ben hangende

als een pas gewassen trui op haar waslijn
ik wacht geduldig af wanneer ze mij zal strijken
zodat ik keurig klaarlig in haar kast

ik ben hangende

als een witregel onder een alinea
ik ben een bewuste keuze
heb een reden van bestaan

ik ben hangende

als een liggend streepje dat woorden verbindt
zo wil ik me bij haar aansluiten
tenzij ze ons liever aaneenschrijft

Blue remembered bridge

Vic Perri
Foto: Vic Perri

‘k Ben in de wolken met mijn krachtigheid.
Ik tors ‘t gewicht van mijn bestaan op twee
gespreide benen. Als een tipi op zee
verankerd in hun vierkanten habijt.

Er rijden wagens op mijn kruin of zijn
het treinen ellenlang met veel lawaai?
Ik hoor de stilte in een handomdraai
als ik het water transformeer in wijn.

Wie is dat daar? Bonjour en au revoir.
Ik zou ‘t niet weten, tel de benen op.
Met open mond bekijken wij elkaar.

Hoewel de wolken dreigen in galop,
ben ik hier niet alleen. Bedankt boulevard.
Wij maken elk de brug, that’s part of the job.

*Wedstrijd Beeld Express

Van niks of niets

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t oude,
niet van ’t zoete.
Waar ik heb voor moeten boeten,
dat kan mij niet meer schelen.

Van niks of niets.
Nee, gezegend met excuses ben ik niet.
Alles is gepasseerd, geoublieerd,
verdwaald en verdrongen.
Is er iets gebeurd?
Heb ik genoeg buiten de lijnen gekleurd?

Van al mijn herinneringen
heb ik vliegtuigjes gevouwen.
Mijn hete woede en wulpse lach
heb ik in het luchtruim ontkracht.
Met dampkringen rond mijn gezicht,
Ben ik niemand een pardon verplicht.

‘k Heb mijn amoureus geraas verbeten,
mijn tralalie tot een bolleke gerold.
Ik begin uit het niets of niks
omternieuw en om ter zotst,
tenzij dat onbeschreven blad
toch wat letterlijkheid verwacht.

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t schone,
niet van de schande.
Waar ik ooit belandde,
het doet er niet meer toe.

Van niks of niets.
Nee, ‘k hou niet van berouw
want mijn leven, mijn plezier,
met een onbezonnen glas of vier,
begint vandaag als een fiere vrouw
die voor niks of niets, nee
uit de weg gaan zou.

*vrije vertaling naar Non, je ne regrette rien – Edith Piaf

Sonnet

Het lopen sloopt een liter zweet van mij.
M’n hart rept zich naar buiten zo gejaagd,
geplaagd door pompend heen-en-weer vertraagt
het niet. Verzwikking hoort er eenmaal bij.

Dat lopen struikelt over mijn gemoed.
Ik straal van stijfheid, pleeg een kilomeet
met voorbedachten rade. Maar ik weet
dat pijn verzacht als ‘t razend in mij woedt.

Voor wie verdwaal ik kilometers lang?
Geen haan die daar naar kraait. Waarom vergooi
ik mijn gezucht in openbaar gezang?

Ik ben pion in menig schaaktoernooi.
Een loper zonder kop of stand of rang.
Een die de koningin vertrapt als prooi.

29S

Dertig worden is geen impulsieve beslissing.
Het is een werk van jaren.
Soms een creatieve opdracht maar nog vaker een geluk.
Een thesis die ge op tijd moet binnenbrengen,
anders verjaart ze.

Het is een andere tram durven nemen.
Een rechtstreekse.
Zonder omwegen.
Willen gaan zitten naast een bomma
en lichte rugpijn ontkennen.

Dertig worden is lastige vragen over kinderen ontwijken.
Een beetje in het ongewisse kijken
en blij zijn dat ge niet zoveel kleren moet strijken.
Het is jazz ontdekken
na jaren van desinteresse.

Het is elke dag stiekem naar uw billen staren.
Kunnen ze er nog mee door?
Of beter een droog boke op m’n talloor?
Het is beginnen houden van de zomer
na jaren van een rokfobie.

Dertig worden is vaak op café gaan.
En uw bestelling die klaar staat van zodra ge binnenkomt.
Boterhammen met kaas.
En pakt zelf ook iets.
Maar hier is de kaas niet zo goed.

Het is weten dat Latijn-Grieks wel iets voor u was.
Maar toch blij zijn dat ge Antigone in de praktijk hebt omgezet.
’t Is voor de eerste keer lang op voorhand weten op wie ge wilde stemmen.
En waarom.
Dat ook graag aan alleman verkondigen, zo blijkt.

Dertig worden is uw mond eens opendoen als ’t moet
en durven zeggen dat ge goed bezig zijt.
Het is sommige verjaardagen compleet negeren
en durven zeggen dat ze niet goed bezig zijn.
Dat ze een slagroomtaart in hun smoelwerk verdienen.

Het is te oud zijn voor de ene rol.
Te jong zijn voor de andere.
Daarom commentaar geven op diegene die wél die neutraliteit benadert
want wat ge zelf doet, doet ge meestal zoveel beter.
Take a chance on me.

Dertig worden is oude vrienden minder zien.
Hun kinderen dan maar vervloeken.
Uw tafel daarom extra proper maken.
Om er daarna zelf goed op te kunnen smossen.
En pakt zelf ook iets.

Het is spelen met uw poes.
En daar geen viezigheden mee willen zeggen.
Blij zijn dat ze niet kan tegenspreken,
haar schoenen zelf kan aandoen
en zich kan wassen wanneer het nodig is.

Dertig worden is ontdekken dat ge uw rijbewijs al tien jaar hebt
en dat ge nooit meer op zeeklassen moet.
’t Is weten dat ge uw poes nooit moogt verplichten ergens naartoe te gaan.
Ze kan amper haar schoenen zelf aandoen.
Beseffen dat ge soms rap van gedacht kunt veranderen.

Het is soms roeien met de riemen
en bang zijn van striemen.
Daarom nog eens naar uw billen kijken.
Om dan een laatste chipke op te peuzelen.
En pakt zelf ook iets.

Dertig worden is bijlange niet zo erg.
’t Is wat ge er zelf van maakt.
En laat anderen maar denken,
wat moeten we die ouwe nu weer schenken?
Met een belleke van Paula Bangels en Michael De Cock is ze al content.

Het is eindelijk kunnen zeggen wat er op uwe lever ligt.
Dat het boek van Joy Anna u geen galabal interesseert.
Dat het zatte Rita soundboard boeiender is dan de films van Jan Verheyen
en dat het gewenst is terug te mailen als er u een vraag wordt gesteld.
Kwestie van voorbeelden natuurlijk.

Dertig worden is heimwee hebben naar Samson & Gert
en CD vier als laatste beschouwen.
Beseffen dat anderen er dubbel zoveel kennen.
Dat dan maar stomme liedjes vinden
en zeggen dat het vroeger zoveel beter was.

Het is eigenlijk zoveel meer dan dit blogfestijn.
Maar dat leg ik u graag eens uit aan den toog.
Dus moesten uw kinderen het uithangen,
steek ze dan in hun bed dat we ze nimmer zien.
Of moet ik wachten tot mijn éénendertigste misschien?

%d bloggers liken dit: