het wereldwijde in

draadloos verbinden wij
elkaar het wereldwijde in
met vervlochten vingers
weven we een veilig web

bij elke verzonden blik
ontvangen we signaal
met een lach de ether door
synchroon vertellen wij verhaal

als hard en soft zijn wij geallieerd
verbreek nimmer het net
maar surf de lengte langs
zonder dat je ons bezeert

groentje

soms tranen wij
ons verdriet tegemoet
dan gieten we de grond
onder eigen voet

een groentje groeit pas
als het nu en dan te water gaat
zongedroogd de dagen rond
neemt het geen blad
meer voor de mond

dan kijkt het steen en been
over onkruid heen

noem mij anders

soms ben ik niets
meer dan wat ze denken
schuilt de waarheid voor
natte vingerwerk of in de
kleine letters van hun roman
dat kan

noem mij anders
Lola dan ren ik van je
weg en wijzen ze me na
pas op voor dat stuk
verdriet is niet pro
eerder een tikkel contra

noem mij anders
dan ben ik zoals jij
me boetseert met vlugge vegen
als was ik flarden van mezelf
wie heeft dat beeld per abuis
te zien gekregen

als een canvas hang ik
tot jouw fantasie de sprint inzet
verbeeld me tot ik ben
kader me in de situatie
tot ik mezelf wederom herken

 

 

 

altijd bij

onverwacht sla ik
mijn vleugels sierlijk uit
dan scheer ik langs jouw
oppervlak en raak het dons
van pasgeboren drift

met strakke blik kijk ik
hoe jij dobberend lonkt
hoe de kring in ‘t water
om ter gulzigst pronkt

als reiger zie ik jou
vanuit de verte graag dichtbij 
dan rijg ik ons en wij
tot prikkelende zin

een rode draad
blijft altijd bij

zou de zee

zou de zee zich zorgen
baren over hoe zij
in de oren klinkt
of ebt haar overvloedig ruisen
weg na volle maan

zou de zee zich morgen
sparen om meer
te geven als de tijd
of schrijft ze dat komen en terug
toe aan haar aantrekkelijkheid

zou de zee zich waarborgen
te zijn wat haar drijft

samen wakker

als ochtendmist blijf ik
hangen in haar dageraad
en verstoor de droom
die vrijheid heet

een glimp glimlach
koffie als dat mag
haar stralend humeur rijst
als deeg met doek

’t schijnt dat samen
wakker nu en dan
niet meer volop smaakt
het hart de brug maakt

want wie wil er zo vroeg
goud in de mond

eelt op onze huid

gaandeweg kweken wij
eelt op onze huid
zoals het vel op warme melk
houden we vuur vast

zodra de tijd gerijpt
schrapen wij amor vrij
we roeren hitte om
en om de adem voorbij

broodautomaat

bij nachte sta ik onbevreesd
in het neon van de maan
dan tippel ik de ochtend in
tot jij niet bent weg te slaan

met goed gevulde boezem
speel ik verrukkelijk variété
toch kies jij dezelfde dans
houdt vast aan het cliché

mijn deurtje staat open
als jij nog eens voorbij
ik warm me aan jouw woord
en onthoud wat je zei

een vol hart kan zo

weer leeg zijn

lambada

als de nachten dagen worden
dans ik altijd op jouw maan
dan klinkt er van lambada
doorheen ons lijfelijk bestaan

laat mijn lippen nippen van
jouw baan rond de planeet
trek mij aan en weet
dat dag ook nacht bekeert

mijn tong danst tango tussen
kraters op je huid of
hoe er uit die zachte landing
een ballet ontspruit

ook tijdens ’t laatste kwartier
doen mijn oren spitzen aan
alsof ze pointes planten
op jouw oprijlaan

haar slapen

de sterren in haar ogen
knippen gaandeweg hun lichtjes uit
haar nachten lonken liever laat
dan kijk ik graag naar boven

als in een wolk van woorden
zwijmelt zij de avond in
dan tuimelt ze in sluimerstand
en is ’t de roes die van haar wint

ver boven het donker heen
daar waar je van een berg valt
verklapt zij haar beeldenstorm
die ze alleen ’t water toevertrouwt

haar hart bonkt haar slapen wakker
wie weet wat zij aanschouwt

%d bloggers liken dit: