Tagarchief: Kortverhaal

Foto: Jill Greenberg - www.jillgreenberg.com

Fragment uit kortverhaal

Ik ben een binnenvetter zoals dat heet. Introvertie is my middle name. Dat is zich al redelijk vroeg beginnen settelen, als kleuter. Mijn verjaardag vieren wilde ik niet. Ik zou voor geen snoep van de wereld in het middelpunt van de belangstelling staan. Mijn klasgenoten mochten niet voor mij zingen. Een kroon was de grootste straf die iemand mij kon aandoen. Ik lachte weinig, ook al was ik blij. Ik vond dat ik niet het recht had te laten zien wat er in mijn hoofd gebeurde. Daarvoor was ik niet speciaal genoeg, vond ik. Daarvoor had ik nog te weinig meegemaakt en verdiende ik geen vrienden. Kinderen dachten vaak dat ik boos was terwijl ik stiekem straalde van plezier. ‘Waarom ben jij zo verdrietig?’ vroegen ze me. ‘Omdat ik volgend jaar weer jarig ben,’ zei ik dan.

Foto: Jill Greenberg – http://www.jillgreenberg.com

Niets*

Een bloedhete dag kookt Japan bijna gaar. Het land baadt in zwoel zonlicht dat de lucht doet trillen van plezier. Als regenwormen graven mensen zich een weg uit het drukste station van Tokio. Treinen braken passagiers uit die moedig een gaatje zoeken in de warme massa. Het station walst mee op het ritme van hun geschuifel. Op een bankje aan perron negen zit een zesendertigjarige man die de dans ontspringt. Met een beker koffie in z’n hand zit hij roerloos voor zich uit te staren. Terwijl het zweet op zijn voorhoofd parelt, kijkt hij naar de treinen die af en aan rijden. Dat doet hij altijd wanneer hij nood heeft aan rust. Onwetendheid knaagt aan zijn lijf. Al zestien jaar.

Tsukuru Tazaki had na zijn middelbare studies in Nagoya maandenlang aan de dood gedacht. Het gapende gat waarin hij zich te pletter had kunnen storten stond nog op zijn netvlies gebrand. Het liet z’n sporen na. Zijn gedachten waren donker geworden en zijn gezicht beduidend scherper. Hij was niet meer die vrolijke jongen met die bolle wangen maar een magere ingenieursstudent met een kleurloos leven in Tokio. Slapen en werken en eten en slapen. Zo kon je zijn dagen samenvatten. Vrienden had hij niet, enkel het zwembad zag hij dagelijks. Drinken kon hij niet en van roken ging zijn vader dood. Waarom was hij niet in dat Niets gesprongen? Misschien omdat hij geloofde dat het leven toch nog iets voor hem in petto had? Of omdat zijn passie op dat moment aan de noodrem trok?

*Tweehonderdvijfenvijftig woorden uit mijn kortverhaal van vijftienhonderd woorden naar de roman ‘De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren’ van Haruki Murakami.