Categorie archief: Zinsbegoochelingen

als ik jouw punten snijd

je vroeg
te vergeten wat niet was
over iets dat pas

de bloem geen water
schenken zeiden ze
enkel zon zal haar doen stralen
ik scheen soms zelf door de spleten
maar kon niet raken wat ik
wilde

je zei wees stil
en sprak voort
steek me in de onderste schuif
desnoods
bij sokken die je niet meer draagt
maar weigert weg te gooien

misschien stinkt onze zaak
naar meer
ben jij geen goede ruiker
en toch als ik jouw punten snijd
me prik aan die aanstekelijkheid
bloeit er steevast iets
dat geen pijn meer doet

Tank

In de houten deur van mijn oude slaapkamer zat een gat. Als zesjarige kon ik er nog niet doorkijken. Dan zette ik een plastieken bak met prinsessenprint op zijn kop en ging ik erop staan. De punt van m’n tong krulde zich naar buiten, mijn voeten trokken een denkbeeldig muiltje aan. Pas dan kon ik zien wat er in de kamer tegenover de mijne gebeurde. Mama liet haar deur altijd openstaan, alsof ze wist dat er een camera op haar gericht stond. Ik zag haar telkens in een andere outfit. Soms een blauw, dan weer een zwart, af en toe een rood lingeriesetje. Wat kon ze dansen. Haar gasten lachten breed, staken soms hun wijsvinger onder de rand van haar slip. ‘Een man is als een benzinestation’, had ze me eens gezegd, ‘Hoe meer je van hem vraagt, hoe voller je tank.’ Ik begreep het niet. Ik had nog nooit getankt.

ik ben hangende

ik ben hangende

als een hammock die haar kronkels aan elkaar knoopt
tussen twee ogen schommel ik rusteloos verder
om de amok in haar brein te bedaren

ik ben hangende

als een wolk die maar niet weg wil voor haar zon
zo’n dwarsligger op een koude dag
die zich niet zomaar laat wegblazen

ik ben hangende

als een pas gewassen trui op haar waslijn
ik wacht geduldig af wanneer ze mij zal strijken
zodat ik keurig klaarlig in haar kast

ik ben hangende

als een witregel onder een alinea
ik ben een bewuste keuze
heb een reden van bestaan

ik ben hangende

als een liggend streepje dat woorden verbindt
zo wil ik me bij haar aansluiten
tenzij ze ons liever aaneenschrijft

Foto: Jill Greenberg - www.jillgreenberg.com

Fragment uit kortverhaal

Ik ben een binnenvetter zoals dat heet. Introvertie is my middle name. Dat is zich al redelijk vroeg beginnen settelen, als kleuter. Mijn verjaardag vieren wilde ik niet. Ik zou voor geen snoep van de wereld in het middelpunt van de belangstelling staan. Mijn klasgenoten mochten niet voor mij zingen. Een kroon was de grootste straf die iemand mij kon aandoen. Ik lachte weinig, ook al was ik blij. Ik vond dat ik niet het recht had te laten zien wat er in mijn hoofd gebeurde. Daarvoor was ik niet speciaal genoeg, vond ik. Daarvoor had ik nog te weinig meegemaakt en verdiende ik geen vrienden. Kinderen dachten vaak dat ik boos was terwijl ik stiekem straalde van plezier. ‘Waarom ben jij zo verdrietig?’ vroegen ze me. ‘Omdat ik volgend jaar weer jarig ben,’ zei ik dan.

Foto: Jill Greenberg – http://www.jillgreenberg.com

Roet

Ralia en Rahaf.
Inderdaad, twee vreemde namen.
Dat zullen zeker weer Turken of Marokkanen zijn.
Van dat soort dat rondrijdt in een Mercedes met zetelverwarming en een automatische koffer.
Van dat gepeupel dat onze zonnige middag komt verstoren met vuile praat en Arabisch gejengel.
Zo van die mensen die onze taal niet spreken, niet kunnen werken.

Dat laatste hebt u goed.
Want het zijn nog kinderen.
Ze leven op straat.
Uw straat.
In het licht dat u betaalt.
Waar uw vuilnis dient als hun achterbank en automatische koffer.

Maar waar Libanon ligt, dat weten ze beter dan u.
Alweer Beiroet in ons welverdiende eten, ook dat nog.

Magnus Wennmann

Foto: Magnus Wennmann 

 

Van niks of niets*

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t oude,
niet van ’t zoete.
Waar ik heb voor moeten boeten,
dat kan mij niet meer schelen.

Van niks of niets.
Nee, gezegend met excuses ben ik niet.
Alles is gepasseerd, geoublieerd,
verdwaald en verdrongen.
Is er iets gebeurd?
Heb ik genoeg buiten de lijnen gekleurd?

Van al mijn herinneringen
heb ik vliegtuigjes gevouwen.
Mijn hete woede en wulpse lach
heb ik in het luchtruim ontkracht.
Met dampkringen rond mijn gezicht,
Ben ik niemand een pardon verplicht.

‘k Heb mijn amoureus geraas verbeten,
mijn tralalie tot een bolleke gerold.
Ik begin uit het niets of niks
omternieuw en om ter zotst,
tenzij dat onbeschreven blad
toch wat letterlijkheid verwacht.

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t schone,
niet van de schande.
Waar ik ooit belandde,
het doet er niet meer toe.

Van niks of niets.
Nee, ‘k hou niet van berouw
want mijn leven, mijn plezier,
met een onbezonnen glas of vier,
begint vandaag als een fiere vrouw
die voor niks of niets, nee
uit de weg gaan zou.

*vrije vertaling naar Non, je ne regrette rien – Edith Piaf

Een titel

Dit moet maar eens bewezen worden.
Inspiratie kan zich makkelijk verstoppen.
Onder mijn bed, achter d’ ijskast, in de kattenbak.
Soms is de relatie tussen de inspiratie en mijn brein niet zo fijn.
Redelijk afstandelijk.
Weinig ruimte voor dialoog.
Onzinnig.

Van tijdsdruk ligt de inspiratie niet wakker.
Geef mij nog even. Nog twee minuten en ik
breng nog iemand mee.
Terwijl ik wacht op creatieve clowns,
fietst mijn inspiratie voorbij met irritatie achterop.
Een serieuze confrontatie.
En ze zwaaien maar ik zet een punt achter hun rit.

Nu gaan jullie eens goed naar mij luisteren uitroepteken
Alle twee. Ik lach er niet meer mee.
Ik wil iets op papier, iets pakkends,
iets paranormaals.
Verzin iets
zodat ik met uw pluimen kan gaan fietsen.
En bescherm u tegen clichés in deze woordenrace.
Zet een helm op.