Categorie archief: Schrijven

Foto: Jill Greenberg - www.jillgreenberg.com

Fragment uit kortverhaal

Ik ben een binnenvetter zoals dat heet. Introvertie is my middle name. Dat is zich al redelijk vroeg beginnen settelen, als kleuter. Mijn verjaardag vieren wilde ik niet. Ik zou voor geen snoep van de wereld in het middelpunt van de belangstelling staan. Mijn klasgenoten mochten niet voor mij zingen. Een kroon was de grootste straf die iemand mij kon aandoen. Ik lachte weinig, ook al was ik blij. Ik vond dat ik niet het recht had te laten zien wat er in mijn hoofd gebeurde. Daarvoor was ik niet speciaal genoeg, vond ik. Daarvoor had ik nog te weinig meegemaakt en verdiende ik geen vrienden. Kinderen dachten vaak dat ik boos was terwijl ik stiekem straalde van plezier. ‘Waarom ben jij zo verdrietig?’ vroegen ze me. ‘Omdat ik volgend jaar weer jarig ben,’ zei ik dan.

Foto: Jill Greenberg – http://www.jillgreenberg.com

Wie zoekt

Het waren moeilijke weken. Weken met veel feedback, kritiek, meningen van mensen die belangrijk zijn voor mij, van mensen die ik nog nooit gezien had. Als je natuurlijk kiest voor een artistiek beroep krijg je dagelijks van die vlagen over je heen. Ook van mensen die helemaal niet bezig zijn met wat jij belangrijk vindt, met jouw passie. Het is dan de kunst om van die regen aan meningen de juiste eruit te pikken en eens goed te lachen met onterechte opmerkingen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Beeld je maar eens in dat ik dagelijks zeg dat ik uw kind helemaal niet mooi vind, dat ik vind dat zijn tanden scheef staan en dat zijn gevoel voor ritme niet juist zit. Dat is eigenlijk net hetzelfde. Incasseer het en maak een mooier kind. Pas het aan omdat ik dat beter zou vinden.

Ik wist het natuurlijk al, maar ik heb de voorbije weken nogmaals ontdekt dat mensen heel kritisch zijn en dat is goed. Als het beter kan, moet dat gezegd worden. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Coppers niet goed genoeg is omdat het een politiereeks is waar in aflevering zeven nog steeds geen achtervolging heeft plaatsgevonden, omdat alle personages op dezelfde toon spelen, omdat ik de crew al twee keer in de weerspiegeling van de deur heb zien staan en omdat ik binnen de tien minuten weet wie de dader is. Om maar een voorbeeld te geven natuurlijk. Maar als iemand mij zegt dat mijn tekst niet goed is omdat hij mijn einde niet begrijpt, kan ik hem misschien beter vragen of hij al dan niet kinderen heeft en ooit al eens van David Lynch of Charlie Kaufman heeft gehoord. Mensen houden duidelijk niet van een open einde. Moeten we nu gaan nadenken? Nee toch? Ik vind dat heel spijtig maar ik weiger een afgerond verhaal te schrijven. Daarom blijf ik naar Coppers kijken. Het schijnt dat het einde daar zo open is dat iedereen een glas cola over zijn tv heeft gegoten.

Ik heb de voorbije weken ook ontdekt dat heel wat mensen eigenlijk niet zo lief zijn. Ik heb gehoord dat het kak is maar ja, we kunnen tijdens de pauze weg. Maak mij maar wakker als ’t gedaan is. Zo van die dingen. Goed hoor, ga maar, denk ik dan. Zet uw teeveetje aan en kijk naar Coppers. Maar diep vanbinnen weent mijn hart. Het is alsof ze met één vuistslag alle tanden uit de mond van mijn kind slaan om er dan een vals gebit in te steken omdat ze dat mooier zouden vinden.
Ik heb de voorbije weken ook ontdekt dat mensen heel graag mierenneuken. Een woord, een komma, een herhaling. Omdat het verhaal gewoon goed is? Omdat er niks anders te vertellen valt? Of omdat ze hun stem nog eens willen laten horen? Ik weet het niet. Ik vind dat je dit alleen mag doen als je zelf relatief weinig fouten typt. Het is als zeggen dat je Coppers beter met een K schrijft omdat dat mooier klinkt. (Oh ja, zijn er mensen die ik de titel even moet verklaren? Of zijn we mee?)

Wie zoekt die vindt fouten. Heel veel fouten. Dingen waar anderen nog niet aan gedacht hadden. Een auto bijvoorbeeld waar je blijkbaar de straat niet meer mee op mag, een crew in een deur, een open einde of een punt. Uw punt. Vooraleer je iets vindt, denk even na om het overboord te zwieren. Geef het eerst een klein zetje, wik en weeg het en beslis dan om het in mijn water te smijten. Mijn kinderen zijn nog in volle bloei. Ze hebben nog groeipijnen, ja. Ze moeten nog leren om perfect te zijn, te volharden. Geef hen die tijd (en wees alsjeblieft ook kritisch voor wat er op je scherm verschijnt). En als je geen geduld hebt, maak er dan zelf één. Een beter. Niemand staat je in de weg en ik zeker niet. Maak je punt, maar laat mij niet met vraagtekens achter anders ben ik tijdens de pauze weg.
Ik hoop dat Lynch zijn films nooit heeft moeten uitleggen. Dat zou afbreuk doen aan zijn talent. Om maar te zeggen: de zoon heeft het gedaan. Hij heeft het zelf gezegd. En ik ben er ontzettend trots op. Op dat stuk, he. Het is dan ook een topstuk. Punt.

Tijd voor mindfulness.

Belgica

2015 was een topjaar voor de Vlaamse film. Dat maakte deredactie.be bekend op de laatste dag van dat jaar. Als actrice kan ik daar alleen maar blij om zijn. Zo is er nog meer werkgelegenheid voor telkens dezelfde namen. Vreemd genoeg blijkt elke Vlaamse film die op het witte doek verschijnt de beste te zijn. Eerst was De zaak Alzheimer niet te evenaren, hoewel ik mij niet meer kan herinneren waarover die film ging. Daarna was de testosteron van Loft nog nooit gezien, ook The Broken Circle Breakdown werd unaniem getipt als topfilm en nu Belgica. Maar is dat ook echt zo?

Als auteur in opleiding ben ik dagelijks bezig met het zoeken naar een goed verhaal. Het vermijden van clichés is topprioriteit, evenzeer het net lang genoeg verzwijgen van iets om er dan helemaal mee uit te pakken. Maar wat ik het allerbelangrijkste vind is een sterk einde bedenken. Of je het verhaal nu afrondt of open laat, het einde mag geen gemakkelijke oplossing zijn. En laat het ons alstublieft niet van kilometers ver zien afkomen. Het einde kan je verhaal, hoe sterk het al dan niet is opgebouwd, volledig ruïneren. Ik vind dat Vlaamse scenarioschrijvers meestal niet slagen in die briljante eindigheid.

Gisteren zag ik Belgica van Felix Van Groeningen. Wat de recensies verkondigen, dat klopt. De film is een trip. Als kijker word je door een goeie soundtrack, sterke spelers en geweldige beelden volledig meegezogen. Maar daar stopt het. Het verhaal heeft weinig om het lijf, het einde is wat de modale Vlaming graag ziet. Maar ik niet.

Laat nu juist Netflix, waar je de betere reeksen kan bekijken, ‘onze’ Belgica wereldwijd verspreiden. Top! Natuurlijk! Maar als je de scenarioschrijvers van Breaking Bad of Fargo dit script laat lezen, zullen ze eens glimlachen en denken: ‘They’ll never learn’. De eerste dialoog klonk veelbelovend. Grappig, zelfs ontroerend en, ik moet het erbij vermelden, gespeeld door een onbekend gezicht. Daarna liet het script zich vangen aan, wat ik noem, het typisch Vlaams cinemasyndroom. We durven niks, we laten vooral heel weinig zien en we eindigen in commerciële schoonheid.

Als je met zo’n beestig logo; in zo’n rauwe, zweterige, cocaïneverslaafde, pafferige, vuile, bierzuipende beelden amper twee tetten en een tongzoen laat zien én het op z’n Vlaams laat eindigen, vind ik dat je een pak kansen hebt laten liggen. Geen wauw, wel een nou. En dat van een vrouw.

 

Magda?

Ik vind dat we voorzichtig moeten zijn met titels. Ik heb het dan vooral over beroepen. Mag iemand die af en toe een brood bakt zich een bakker noemen? Mag een Miss België zich presentatrice noemen na een hakkelend woord op de kermis van Kapelle-op-den-bos? Is een Schlagerzangeres ook logopediste omdat ze haar klanken zo mooi benadrukt? Ben ik een advocaat als ik iemand verdedig buiten de rechtbank? Is een manager echt zijn titel waardig als hij geen communicatievaardigheden heeft? Is een actrice echt een straffe speelster als ze dagelijks op uw beeldscherm verschijnt? Wanneer mag je jezelf een auteur noemen? Die dingen houden mij bezig.
Uit respect voor anderen die wel degelijk een veel betere bakker of advocaat zijn, ben ik heel bescheiden wat dat betreft. Ik had het al moeilijk om mezelf een actrice te noemen omdat ik onzeker was over het feit of ik wel goed genoeg zou zijn. Maar nu ben ik vastberaden. Als zij zich een actrice mag noemen, dan ben ik het zeker. Heel graag zou ik mezelf ook een auteur willen noemen maar dat krijg ik nog niet over de lippen. Ik ben nog steeds een creatief schrijfster, in opleiding dus en leg de lat voor mezelf op die manier niet te hoog. Toch ben ik dagelijks bezig met schrijven en heb ik ondertussen al verschillende stukken met succes afgerond. Wanneer ben je een auteur? Als je een prijs wint voor je recentste werk? Als het gepubliceerd, gelezen of gespeeld wordt? Als blogster? Of als je een brood bakt in een rechtbank? Die dingen houden mij bezig.
Ik wil hier zeker verder op ingaan maar ik moet naar de Basic-fit in Borsbeek. Ik ben topsportster. Ja, da’s hard werken maar kijk, als je die titel wil, moet je die verdienen ook. Of raak ik een gevoelige snaar? Ben ik dan een violiste? Of klinkt dat vals? Die dingen houden mij bezig.

Blue remembered bridge*

Vic Perri

Foto: Vic Perri

‘k Ben in de wolken met mijn krachtigheid.
Ik tors ‘t gewicht van mijn bestaan op twee
gespreide benen. Als een tipi op zee
verankerd in hun vierkanten habijt.

Er rijden wagens op mijn kruin of zijn
het treinen ellenlang met veel lawaai?
Ik hoor de stilte in een handomdraai
als ik het water transformeer in wijn.

Wie is dat daar? Bonjour en au revoir.
Ik zou ‘t niet weten, tel de benen op.
Met open mond bekijken wij elkaar.

Hoewel de wolken dreigen in galop,
ben ik hier niet alleen. Bedankt boulevard.
Wij maken elk de brug, that’s part of the job.

*Wedstrijd Beeld Express

Van niks of niets*

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t oude,
niet van ’t zoete.
Waar ik heb voor moeten boeten,
dat kan mij niet meer schelen.

Van niks of niets.
Nee, gezegend met excuses ben ik niet.
Alles is gepasseerd, geoublieerd,
verdwaald en verdrongen.
Is er iets gebeurd?
Heb ik genoeg buiten de lijnen gekleurd?

Van al mijn herinneringen
heb ik vliegtuigjes gevouwen.
Mijn hete woede en wulpse lach
heb ik in het luchtruim ontkracht.
Met dampkringen rond mijn gezicht,
Ben ik niemand een pardon verplicht.

‘k Heb mijn amoureus geraas verbeten,
mijn tralalie tot een bolleke gerold.
Ik begin uit het niets of niks
omternieuw en om ter zotst,
tenzij dat onbeschreven blad
toch wat letterlijkheid verwacht.

Van niks of niets.
Nee, spijt heb ik van nikske niet.
Niet van ’t schone,
niet van de schande.
Waar ik ooit belandde,
het doet er niet meer toe.

Van niks of niets.
Nee, ‘k hou niet van berouw
want mijn leven, mijn plezier,
met een onbezonnen glas of vier,
begint vandaag als een fiere vrouw
die voor niks of niets, nee
uit de weg gaan zou.

*vrije vertaling naar Non, je ne regrette rien – Edith Piaf