Categorie archief: Film

Franchise

Vorige week heb ik veel getreind maar te weinig getraind.
Ik mocht naar Frankrijk. Om te draaien. Pardon? Te filmen, excusez-moi.
En als ik het goed verstond, misstond ik niet in zo’n Frans kadrement.
Een sublieme crew. Pardon? Een goei team dat vriendelijker was dan u en ik samen.
France en ik hebben een band. En zo’n goeie dat ik die meeneem naar het volgende project.
Als Cordelia geen lekker hapje wordt voor de koeien van Burgundy, ga ik met plezier terug naar France. Die heeft wijn. In een pichet.

Na al het getrein in een land waar ik stiekem van hou, zeg ik vanaf nu tegen iedereen goeiendag. Tot vervelens toe.
Tegen de buren, da’s logisch. Tegen de tramchauffeur die zijn kin op zijn borst legt, tegen de roker voor het café die uit verbazing zijn dubbele kin een halve meter laat zakken, tegen de werkmannen van hiernaast die alleen maar naar mijn kont staren, tegen de madam aan de kassa die liever haar kasticket in mijn strot ramt, tegen de lichten die ’s nachts blijven branden in winkels en scholen (waarom branden ze anders), tegen de hangjongeren die naar het huis van onze burgemeester gapen, tegen mijn blog die ik eindelijk terugzie.

Maar op één bonjour kan je niet staan. Bij een professionele begroeting hoort ook een stijlvolle salut. Tot vervelens toe.
Tegen iedereen. Salut, tot morgen en goe thuis. Ga algauw weg, denken ze misschien. ’t Is goed, we verstaan het. Dag en bedankt. Nog eens salut en fin de journée. De maan schijnt al door de bomen en als we morgen terugkomen, is ’t weer van hey hoe is ‘t. Een goed gekadreerde goeiendag is als een stevig ontbijt. Voor ge ’t weet neemt ge nog een kop koffie en sopt g’ uw koekske erin.

Ik ga u laten. Tot binnenkort?
Ja, salut. En gij ook. Dag, he.
Pardon? Ah nee, ‘k dacht dat gij nog iets zei.

Honderdveertig

Zoveel kilometers reed ik naar mijn laatste auditie.
Naar de klant. Ge weet wel, diegene die meestal alles voor ’t zeggen heeft.
Geen enkel probleem. Part of the job. En ik rijd graag met de auto.
Zeker als ge uw kans kunt.. Nog zekerder als ge het geluk hebt geboren te zijn met de gave goed te kunnen parkeren. Ge hebt dat of ge hebt dat niet.
Bloedheet was het. File. Uiteindelijk aan het verkeerde filiaal subliem parkeren.
Om daarna twee straten verder geen plaats te vinden.
Geen enkel probleem. Part of the job. En ik zweet nogal graag.

Vaak wordt er tijdens zo’n auditie van u verwacht dat ge weinig job hebt.
De dagen worden serieus om uw oren gezwierd zodat uw agenda optioneel draait.
Moesten die dagen per taakloon betaald worden, kon ik zelf subsidies uitdelen.
Eén pluspunt heb ik wel. Ik kan ALTIJD, ook al kan ik niet. Ik ben graag gemakkelijk in de omgang.

Ik had me degelijk voorbereid. Een té goede kennis van zaken kan nogal wantrouwig zijn.
Hilarische oneliners doorkruisten mijn brein. De klant zou zeker tevreden zijn.
Moest die op het laatste moment niet van gedacht veranderd zijn.
Geen enkel probleem. Part of the job. En ik improviseer graag.
Zeker als ik wat gezweet heb.

Na de gewenste bedenktijd heeft die klant, ge weet wel, diegene die meestal alles voor ’t zeggen heeft, deze keer niks te zeggen. Ook het bureau niet. Het is een monologue intérieur.
Of beter, stil spel. We moeten het rieken. Geen enkel probleem. Part of the job.
Zou ik normaal gezien schrijven.
Maar nu niet.
En weet ge hoe dat komt? Omdat ik het beu ben.
Nee, ’t is niet om mee te lachen.
Honderdveertig minuten geïmproviseerd tijdverlies.
Sightseeing in mijn kwetsbaarheid.
Iedere keer opnieuw.

Na evenveel castings zonder exodus, probeert ge zo eens wat anders.
Origineel zijn is momenteel enorm subjectief. Een bekend gezicht hebben ook. Een prachtig netwerk evenzeer. (En ik ken er met serieuze netwerken. Daar hebt ge niet van terug.)
Ge begint wat te foesjelen met uw leeftijd om toch maar aan die spraakmakende honderdveertig mee te kunnen doen. Ge doet het eens wat minder vrolijk of ge laat eens blijken dat ge wel andere dingen te doen hebt dan dit. Ge gaat speciaal naar Parijs om er een kortfilm te draaien over uzelf. (ja, echt.)
Maar de Eiffeltoren zakt al snel in als ge het juiste profiel niet meezeult.
Heb ik dat eigenlijk wel? Zo’n profiel? Ga er eens in staan? In uw profiel? Misschien zit uw talent in uw linkerneusgat en hebben we dat nog niet ontdekt? Dat kan, he.

Het zou fijn zijn moest er toevallig eens iemand met zijn klikken en zijn klakken op zijn bakkes vallen. Recht op mijn profiel! En dan zou ik kunnen zeggen dat hij honderdveertig seconden tijd heeft om mij te overtuigen dat hij geen pijn heeft. Maar vaak krijgt hij die tijd zelfs niet. Vaak wordt hij smekend achtergelaten in zijn bloeiende creativiteit en zullen we mekaar zeker ooit eens op een andere gelegenheid tegenkomen. Er zijn immers ALTIJD honderdveertig anderen die met de pluimen willen gaan lopen.
Maar hey, blijf zeker spelen.
Mag ik eens een lelijk woord op uw tegenspel schrijven?

Ooit, in lang vervlogen tijden, heb ik eens een banaan gespeeld. Zonder geel kostuum maar met succes. Evenzeer een bloedende stier. Ik heb eens een kat gespeeld die een hele slaapkamer had ondergezeken. Ik heb eens een hooizolder opgegeten. Ik heb bijna een ruit aan diggelen gesmeten omdat ze eens iets anders van mij wilden zien. Ik heb mijn lijf eens volgeschreven met alcoholstift omdat ik dacht dat Shakespeare dat zo bedoelde. Ik heb bilspleten gezien die ik niet wilde aanschouwen. Ik heb zelfs eens vier jaar op een conservatoire in Gent gezeten omdat Dora dat zo wilde.
Dus zeg mij niet dat ik niet in uw kader pas als ik niet eens honderdveertig kilometers mag rijden. Veroordeel mijn Hamlet niet vooraleer ge hem hebt zien sterven. Breek mijn Eiffeltoren niet af vooraleer ge hem van dichtbij hebt kunnen aanschouwen. Stenig mijn Antigone niet vooraleer ge zelf een kei zijt. Laat mijn profiel niet aan u voorbijgaan vooraleer ge met mijn neusgat hebt kunnen praten. Bel míj eens vooraleer ge weer dezelfden op hun profiel laat vallen. Dora wil het zo.

Hou het eens klein vooraleer ge met grote namen uitpakt want ook de kleintjes worden ooit eens groot. Als ze de kans krijgen om te groeien natuurlijk.

Vreemdgaan

Zeg maar niks. Ik weet het. Ik geef toe dat ik een tijdje ben vreemdgegaan.
Ik kreeg de oorlog maar niet uit mijn gedachten en ben op een ander aan ’t schrijven geweest.
Maar bij deze wil ik het goed maken. ‘k Wil laten zien dat ik nog altijd om u geef.
En ge moet nu niet denken dat dat allemaal zo vlot ging. ’t Is voor mij ook niet gemakkelijk geweest. Integendeel.
Maar ik zal u geruststellen. ’t Is bijna af. Tussen ons. En dan mag een ander er verder mee spelen.
Zo ergens rond oktober.

En dan nog iets. Zeg maar niks. Ik weet het. ‘k Heb de voorbije weken serieus tegengewerkt.
Bij verschillende mensen. Nee, ik schaam mij niet. Tegenspel geven is hard werken. Zeker bij de grooten die wel wat meer tekst gewoon zijn. ‘k Heb veel gezien en geleerd. Hou het vooral klein en laat uw frons weg. Anders is dat een beetje vreemdgaan op de camera. Bereid u niet teveel voor maar wees in het moment. Anders komt uw toneelopleiding piepen en dat hebben ze niet graag op tv.

‘k Heb er een serieuze fleuris aan overgehouden. Het tochtte nogal in de studio. Ja, vreemdgaan houdt altijd wel wat risico’s in. Eigen schuld, dikke valling.
Bescherming is belangrijk, zo ook een goede hygiëne. En moest ik opnieuw de kans krijgen. Ik zou het meteen terug doen. Niet dat ik niet meer van u hou. ’t Is dat we soms van verschillende walletjes moeten kunnen proeven om echt te weten waar we goed in zijn.

Zeg maar niks. Een beeld zegt soms genoeg.

Een welgemeende king

Sorry Telenet, het is niet jullie fout dat mijn tv overbodig werd. Mijn interieur heeft gewoon nood aan een Smeg diepvries. En het is ook niet jullie schuld dat een kop verse gemberthee eigenlijk niet past bij midden mei. En het is niet erg dat de bio citroenen niet willen groeien als de regen hen wil zoenen. Alle diensten zijn bewezen maar ’t wordt weer tijd om meer boeken te gaan lezen. Hallo televisie werd Dag tv. Code 270, weet wel? ‘k Wil poe-pen! Maar dan in boekvorm. Waarmee ik niet wil zeggen dat 50 tenten grijs onder mijn vrijwillige literatuur behoort. Pop up! Alweer een hersentintje verdwenen.
En we dwalen de camping af ter afscheid van menig personage.

Zatte Rita, ‘k geef nen tournée en ‘k tuit mijn lippen om samen met u van een glaasje te nippen. Bastiaens Marianne, aanwezig in hoogsteigen persoon maar sorry Telenet, op beeld pakt ze niet zo schoon. Paul Gerardi ken ik eigenlijk ni maar geef mij toch maar een bees of drie vooraleer de zapper bekent, ’t is allemaal fictie. Fien Bosvoorde, bij leven en welzijn denk ik dat ze u altijd al hebben willen vermoorden. Maar geen nood, de laatsten wegen als lood. Kom hier dat ‘k u knuffel tegen de dood.
En wat hebben Sammy en Wietse gemeen? Ze hebben misschien ook alle twee een tv te leen. Dat ‘k u kus en zoen om ons van alle miserie te ontdoen maar vroeg of laat zie ik zeker weer een tv die opstaat.
Dus afscheid nemen bestaat eigenlijk niet. Wat zit ik hier dan in godsnaam mijn tijd te verdoen? Voor de macht of voor de poen? Nee, want ik ben niet gesubsidieerd maar ‘k zal mijn mond op pauze zetten vooraleer ik hier weer een paar enkels heb bezeerd. Schop en stamp, gerampetamp. Straks loopt ge wel tegen een digilamp.

Sorry Telenet, ‘k hoor u nog wel. En gij van mij, als ik mij binnenkort eens op uw digibox vlij. En als ik al mijn rechten heb verkregen, dan spoel ik eens vooruit. Tenzij dat niet meer van toepassing is, ge hebt mij al genoeg uitgebuit. Maar vooraleer ik afsluit, nog even dit.
Zorg je ervoor dat mijn internet dan goed zit?
Een welgemeende king.
Zonder dat ik een afscheidsliedje zing.

Code 270

Laten we dit afronden.
270 euro.
Dat is het bedrag dat een vrouwmens zoals ik jaarlijks kan besparen door de kijkbuis buitenshuis te zappen. Vaarwel te zeggen en den blok er op te leggen. Dag tv. En een avond muziek.
270 duiten die je kan investeren in nieuwe ramen of ruiten of een extra avond zuipen. Kortom, een nuttig plan. Of wat denkt gij er van? Ok, ge hebt gelijk. We kijken misschien niet meer maar we kunnen er eens te meer voor werken. Een kleine hint want weet ge waar ge mijn cv en foto’s vindt? Juist. Op deze website en niet in uw digibox.

Een moeilijke keuze blijft het altijd. Ge kunt u vanalles beginnen afvragen. Krijg ik ooit spijt? Da’s trouwens zo’n lelijk woord dat ik het liever vermijd. Maar ‘k heb het nu toch al gezegd dus erg principieel ben ik niet aan boord gelegd. Wat doe ik met mijn avondlijke vrije tijd? En mis ik echt iets als er iemand tijdens de nieuwsflash plots overlijdt? Een nieuwe paus in de kijker zal op Youtube ook wel afgeschilderd worden als een ouwe zeiker. En die vrolijk lachende politica zal ook wel ergens online haar zegske komen doen. En die knoppen van the voice kunt ge waarschijnlijk al op ebay kopen. En terwijl die zangers al hun rechten hebben afgestaan, blinken ze al mooi op de website. Wat hebt gij nu gedaan? Gefopt! Zie maar dat ge uw eigen boontjes dopt! Acteurs spotten die dagelijks op tv komen is ook niet zo moeilijk meer. Ge moet de desbetreffende cafés van Antwerpen weten zijn. En op tv lijken ze allemaal zo klein dus het is beter ze in real life te ontmoeten dan uw buik vol te steken met zout en zoeten.

Heb ik mezelf al overtuigd? Nog net niet.
Ik ging net een brood halen uit de automaat. Een huis waar de tv opstaat. Het begint al donker te wezen en we zijn zeker niet toe aan lezen. Een straat vol flikkerende lichten en dwaze gezichten. Er is weer niks te zien, wordt er geklaagd. ‘k Had toch beter Bart en Liesbeth uitgedaagd om een niet-geavanceerde partij risk te komen spelen. Salamander maar op een ander. Niet iedereen is beroemd en Belgium’s got duidelijk no talent. Jonas komt helemaal niet van Geel en Tom mag niet het land uit. Tv is fake. Elke week! Wat als de tv niet bestond? Wordt er geklaagd. Was Philip Geubels dan al ontmaagd? En was Gène Bervoets dan ook voor de SM-rechter gedaagd? Of had Telenet eindelijk zijn tarieven eens verlaagd? We zullen het nooit weten, wordt er geklaagd.
En als ik nu naar buiten kijk, kan ik niet meteen zien wat er binnen allemaal speelt. En zij ook niet. Ze zijn allemaal verblind door de flitsende beelden. Iedereen gedoemd.

Laten we dit afronden.
270 euro. Dat is het bedrag dat een vrouwmens zoals ik jaarlijks extra kan uitgeven om naar Vilvoorde te rijden. Of waar de opnames zich dan uiteraard bevinden. Laat het mij maar weten want
kijken is zilver maar werken is overduidelijk goud.
Is zatte Rita ondertussen al getrouwd?
Even naar buiten kijken. Of nee, ik bemoei mij liever met mijn eigen zaken.
Zeker als de familie niet thuis is. 270 euro. Voor hetzelfde geld maken ze daar ook nog eens een programma van.
Lap.