Categorie archief: Moeilijk te definiëren

lambada

als de nachten dagen worden
dans ik altijd op jouw maan
dan klinkt er van lambada
doorheen ons lijfelijk bestaan

laat mijn lippen nippen van
jouw baan rond de planeet
trek mij aan en weet
dat dag ook nacht bekeert

mijn tong danst tango tussen
kraters op je huid of
hoe er uit die zachte landing
een ballet ontspruit

ook tijdens ’t laatste kwartier
doen mijn oren spitzen aan
alsof ze pointes planten
op jouw oprijlaan

haar slapen

de sterren in haar ogen
knippen gaandeweg hun lichtjes uit
haar nachten lonken liever laat
dan kijk ik graag naar boven

als in een wolk van woorden
zwijmelt zij de avond in
dan tuimelt ze in sluimerstand
en is ’t de roes die van haar wint

ver boven het donker heen
daar waar je van een berg valt
verklapt zij haar beeldenstorm
die ze alleen ’t water toevertrouwt

haar hart bonkt haar slapen wakker
wie weet wat zij aanschouwt

omdat het zo moet zijn

hij breekt een arm op zijn eerste officiële werkdag
zij rijdt vandaag met de vuilniswagen
hij lacht groen als iemand zijn paarse haar becommentarieert
zij neemt het vliegtuig naar een eco boerderij
hij morst wijn op een theedoek
zij staat te wachten op een taxi die onder file bezwijkt
hij vergat een blaadje papier
zij krijgt haar regels op een wettelijke feestdag
hij laat het leven terwijl hij doodeerlijk was
zij jaagt, maar eet uit principe geen vlees
soms is ’t koud in Zakynthos

stel hier maar geen vragen bij
want eigenlijk
weet je al waarom

dat citroentje in mijn glas

ze zeggen dat ik dramatisch kan zijn
dat is zo
dat wordt al eens veroorzaakt

bijvoorbeeld
als iemand mij pijn doet, dan huil ik
en ik flip als ik tegenstrijdigheid de hand schud
tegen loslaten zeg ik daarom laat vaarwel
ook van onrecht word ik affreuze Antigone
of van wetten en regels die thuiskomen van een dronken avond
en oh ja, ik kan wel eens doordrammen over een woord

gelukkig klaag ik niet
over dat citroentje in mijn glas
of over ijsblokken die toch voor me smelten
want dat

dat zou ik pas echt onmenselijk vinden

staat van ontbinding

hoe snel raakt een huid
van ’t onverharde pad af
het struikelt over drempels heen
een afdruk op broeierig beton

als een felle brand laai ik op
met trillend ooglid schiet de lucht
een passionele pluim omhoog
blaas me maar positief

mijn vlees ligt op jouw rooster
draai mij om bekijk en wakker me
als een barbecue die ergens geurt
zo ben ik heerlijk
onmogelijk te lokaliseren

warm water

‘Hebde nen thee? Ne gewonen thee?’
‘Ja, earl grey of English breakfast.’
‘Nee, nen thee zonder iets.’
‘Met citroen?’
‘Nen thee zónder iets.’
Warm water, denk ik dan. ‘Ik vrees dat ik u niet kan helpen.’
Zucht. ‘Pakt dan maar ne koffie verkeerd.’

Bij de afrekening:
‘Uwe koffie proeft naar water!’

Perfect, denk ik dan.

flessengeluk

als alle glazen gevuld
een oog verdrinkt in het andere
de tongen loslippig

breng ik de lege bakken down under

met voorbedachten rade daal ik de trap af
betast de muren knip het licht
met open mond staren ze me aan
ik zwijg en grijp ze zacht bij de keel
een voor een 
de halzen glijden tussen mijn vingers
het zweet als dauw op hun toenmalige kroon 
gewillig leggen ze zich neer 

bij de plek die ik hen toewijs

hoe heet een volle bak met lege flessen

die in blond en donker licht verkeert

kan iets vol en leeg zijn tegelijk
of ademt een buik altijd zo glansrijk