Categorie archief: Moeilijk te definiëren

over winter

de nacht strijkt onze plooien
glad ik glunder als vanouds
ik schaats het krieken in
en uit en maak opnieuw
groeven in haar huid

een kers op de kaak
sneeuw als sproeten op de weg
of hoe het zout een
zoete wonde werd

ik kijk over winter heen
zo ver als ik maar kan
een wit tapijt als rode loper
‘k neem je dapper bij de arm
en fluister

na de wolken wordt het
toch weer warm

raaklijn

als een warm oord lig je
uitgestrekt op mijn kaart
ik tik je aan dans een rondje

om je heen

daar wil ik landen zeg ik
je kussen à la carte
‘k wil je als een oceaan omringen
en happen naar jouw hart

de andere kant van de wereld
is soms maar een vinger ver
rek je uit en wijs naar me
wij raken elkaar

bijna aan

waarom een regenjas nooit erg sexy is

men zegt dat als je door het bos de bomen niet ziet
er ook geen water zal doorsijpelen
terwijl de ene tak bezig is met het plannen van het kerstdiner
is de andere op zoek naar het einde der deadlines
het bos is dichtbegroeid
tot deze boom heb je tijd om papier te vullen
leg je kiezels klaar en focus

er is veel te doen en dat is goed
zo denk je minder aan de druppels in je hoofd
zet je kap op en veroorzaak een tornado
die met een zucht de regels aan haar laarzen lapt
want een cliché is gauw gemaakt
iets nieuws moeilijk te behappen
en de bakker bakt behoedzaam verder
honderden clichés per dag
dat mag

maar één tip geef ik prijs
draag geen regenjas in ’t grote bos
tenzij je zint op chaos
vraag me niet waarom
’t is als een regelrechte breuklijn
die tegen je been wil wrijven

waarom een regenjas nooit erg sexy is
is een vraag waarop ik helaas het antwoord
schuldig moet blijven

het is als nieuwe kleren kopen

zit het goed
past het bij elkaar
dan hoef je niet te twijfelen

neem het stuk mee naar huis
draag het met trots
en wees niet bang
niemand staat even mooi met
jouw buitenkans

mettertijd schuurt het binnenin
je gaat iets vaker uit met een ander stuk
verzwijgt wat er nog in je kast hangt
tot je denkt te weten wat er schort

met je tongpunt uit de mond
knip je het label weg
en hoe voorzichtig je ook bent
er blijft evenwel iets prikken

tenzij je het stuk helemaal
aan flarden knipt

badjas

nooit wilde ik een badjas aan
te warm liever rechtstreeks in contact
heelhuids uit het water
zonder dampkap rond mijn lijf

zo’n jas was me te grof
en liet me meermaals koud
je bent niet vrij van kronkels
als je een stoffen gevel etaleert

wees puur en proper zei ik dan
we drogen elkaar wel af
in een nachtelijk spel waarin jij
je verliest

toch komt er een moment waarop je
de gordijnen sluit en hoopt
dat er een badjas rond je middel zit
om even te weten hoe het is
als niemand je kan raken

Geen haan

Ergens in de buurt kraait een haan.
Elke dag. Als het licht wordt en weer donker.
En daartussenin. Ik weet niet waar hij verstopt zit.
Hij schreeuwt me soms wakker. En vergezelt me bij het schrijven.
Hij verbaast de kerkklokken met zijn grote klep. Ik hoor hem bij het opmaken van mijn bed. Bij het ophangen van de was. Veraf kan hij niet zijn.

Een jaar of zes ken ik hem nu.
Het is bijzonder dat hij nog steeds geluid maakt.
Dat de buurman er nog niet over geklaagd heeft.
Dat de straat nog geen actie ondernomen heeft om hem het zwijgen op te leggen.
Dat er nog steeds niet gestaakt werd.
Ik vind het best. We willen toch allemaal dat er een haan naar ons kraait?

De dag waarop hij niet meer klinkt zal me bijblijven.
Een vriend hoor je graag af en toe. Als het licht wordt en weer donker.
Ergens in de buurt kraait een haan.
Elke dag. En daartussenin.

vuil blad

twee dozen oud papier
twee dozen documenten
twee dozen woorden die belangrijk waren
zag ik vanochtend in de vuilkar verdwijnen
voorgoed in vreemde handen
voorbeter niet meer uit de sloot te halen

gelukkig zou je denken
uit de kast is uit het hoofd
maar niets is minder waar
want voor de kar de straat verliet
vroeg ik me af of diegene waarmee ik ooit
een rekening opende
die me vertelde dat we toen beste vrienden
die beloofde dat we ooit
of die me zijn grootste geheim toevertrouwde
nog wel eens aan mij zou denken

ik overtuigde mezelf om niet naïef te zijn
om de vuilkar ook niet terug te roepen
wij hebben woorden gehad
die ik zorgvuldig bewaard heb
jarenlang
maar nu zijn ze weg
omdat ze vervallen waren

misschien zaten er woorden van u
tussen mijn tanden
goed poetsen werd mij aangeraden
een gat is beter te voorkomen
dan te dichten
maar simpel was dat niet
tot bloedens toe heb ik geschrobd
en nog had ik letters achter de kiezen

Telkens de kar passeert
zal ik me afvragen waar jij uithangt
en zo blijf ik ons afscheid maar uitstellen
want hoe lelijker
jij schreef
hoe mooier ik dat vond